Verbeek Broederij en Opfok

Nederlands Nederlands
English English
Русский Русский
Deutsch Deutsch
Polski Polski

U bent hier: Actueel >> Nieuwsbrief kipwEIzer >> Interview

Kippenlijntje met

Jan en Hetty van den Ham pluimveehouders te Nijkerk

 

Vorige en huidige bedrijf

De pluimvee-voorgeschiedenis van het echtpaar Van den Ham ligt niet direct voor de hand. Jan van den Ham komt wel van de boerderij, maar groeide op tussen de koeien en varkens. “Mijn vader had een stratenmakersbedrijf”, zegt Hetty. Zij moest eerst erg wennen aan het boerenleven, maar ze volgde haar hart, trouwde met Jan en kreeg het pluimveehouden er bij.

 “Ik was eerst bang voor kippen”, zegt Hetty lachend, die nu dagelijks in de stal aan het werk is. “Ik ben nog wel voorzichtig, maar het gaat eigenlijk best goed.”

Sinds 2009 wonen en werken ze op hun scharrel- en (nu nog) kooibedrijf in Nijkerk. Voor die tijd hielden ze leghennen en kalveren in Nijkerkerveen. De kleine kalvertak werd na de MKZ-crisis stopgezet. Het pluimveehouden begon met scharrel, daarna hield het stel een korte tijd grasscharrelkippen (wat eieren opleverde voor het zogenaamde ‘gras-ei’) en vervolgens maakten ze de overstap naar de biologische houderij voor 12000 opfokhennen en 9000 leghennen. Het bedrijf in Nijkerkerveen werd een aantal jaar geleden opgekocht voor woningbouw. De zoektocht begon naar een plek waar het legpluimveehouden kon worden voort gezet. “Het werd een lastige zoektocht. We zijn half Nederland doorgereisd”, zegt Hetty. Jan vult aan; “We wilden graag het biologische pluimveehouden blijven doen. Hier in de streek lukte dat niet.” Uiteindelijk werd een plek gevonden voor een biologisch legpluimveebedrijf: in de Achterhoek. “Als gezin wilden we eigenlijk helemaal niet weg uit deze omgeving, we hadden het hier heel goed naar onze zin. Dus moesten we kiezen: gaan we voor het bedrijf of het gezin? We kozen voor het gezin”, zegt Hetty. Bij toeval sprak Jan een pluimveehouder van 62 jaar uit Nijkerk die het niet meer zag zitten om nog om te bouwen voor het kooiverbod dat 2012 ingaat. Van het één kwam het ander. De familie Van den Ham kon het bedrijf over nemen en zo betrokken ze in 2009 de boerderij aan de Barneveldseweg in Nijkerk. Eén van de twee stallen bouwde de familie Van den Ham om naar volièrehuisvesting met daarbij een serre, een plek met veel daglicht waar de kippen kunnen scharrelen. “Je krijgt het gevoel of je buiten loopt. Het idee van de serre hebben we opgedaan naar aanleiding van onze ervaringen in de biosector, net als de balen Luzerne in de uitloop”, zegt Jan. “De kippen hebben het reuze naar de zin.”

Kip

Jan en Hetty van den Ham kozen voor een koppel H&N Brown Nick leghennen. Het koppel is nu ruim 60 weken oud. Jan: “De Brown Nick is een sterke, rustige en wat zwaardere kip die eieren legt met een sterke eischaal. De eieren zijn ook zwaarder en de eischaal is wat donkerder. Wij zijn heel tevreden over de Brown Nick, ze is minder gevoelig voor coli.” Op de kooi heeft Van den Ham LSL Classic leghennen zitten. Het stel weet goed wat het wil voor de opfok van hun hennen (in de volièrestal): “opfok in een Nivo Varia stal, waar voldoende strooisel en Luzerne voor de hennen aanwezig is. Liefst in een opfokstal met daglicht, maar dat is niet altijd even makkelijk te realiseren”, zegt Jan.

Visie op pluimveehouden

“Opfok moet goed aansluiten op de leg - daar staat of valt heel veel mee. Zo moet de legstal aansluiten op de opfokstal, dat weten we ook door de ervaringen die we hebben opgedaan als opfokker,” zegt Jan. Hetty; “We geloven nog steeds in de biosector, ook met het oog op dierenwelzijn en de markt. Maar we hebben hier te weinig ruimte om biohennen te houden”.

Iedere pluimveehouder zal het kippen houden op zijn eigen manier doen zo legt het stel uit, maar zij managen het bedrijf met ideeën en ervaringen uit de biotijd. “Daar plukken we de vruchten van. De biosector wordt ook wel eens de kraamkamer van de sector genoemd. Daar is zoveel onderzoek naar gedaan. Het is een unieke sector. Biologisch pluimveehouden is een moeilijke tak van sport, je moet alles in de gaten houden en heel alert zijn”, zegt Jan.

 Met de aanpassingen die het echtpaar heeft gedaan aan de volièrestal, proberen ze één ster aan te vragen van het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming. Jan; “Met de serre die voor daglicht zorgt en het extra groenvoer hopen we die ene ster binnen te halen. “

 “Pluimveehouden doe je samen met anderen. Zorg ervoor dat je mensen om je heen hebt die bij je passen. De hennenleverancier, de vertegenwoordiger, de voerfabriek en de eierhandel passen bij ons: het klikt. In de vertegenwoordiger zoek ik eerlijkheid die mij een spiegel kan voorhouden. Geen gladprater, maar iemand die voor zijn ‘Pluimveehouden doe je samen met anderen’ klanten opkomt”, zegt Jan. “Je moet elkaar aanvullen”, zegt Hetty; “net als je dat als echtpaar moet doen”. Dagelijks houdt het echtpaar een halfuurtje overleg. “Daar zijn we ooit mee begonnen en dat gaat heel goed. Communicatie is heel belangrijk”, onderstreept Hetty. De agenda en de werkzaamheden worden besproken.

De ombouw in de zomer van de kooistal is de laatste tijd een veelbesproken onderwerp. Door vakliteratuur te lezen houden Jan en Hetty hun kennis op peil. “Maar bovenal; je hart moet echt in het pluimveehouden liggen. Als dat mist, dan gaat het vroeg of laat fout. Privé en zakelijk loopt samen en je maakt moeilijke tijden mee.” Hetty vervolgt; “Maar door moeilijke tijden krijg je ook vechtlust om door te gaan.”

Toekomst

Het echtpaar Van den Ham doet het pluimveehouden voornamelijk zelf, maar de kinderen dragen ook hun steentje bij. Daarnaast helpen een paar losse arbeidskrachten regelmatig mee. Straks als de kooistal is omgebouwd tot volièrestal hoopt het echtpaar er nog jaren mee vooruit te kunnen. “Als één van de kinderen het later over wil nemen dan is dat prima. Als ze het niet willen is dat ook goed. Want als ze het gaan doen moeten ze het écht willen, anders stopt het op den duur. Dan wordt het niet wat.” Waarschijnlijk voelt Hetty tegen die tijd haarfi jn aan of er echt pluimveehoudersbloed bij één van hun kinderen door de aderen stroomt, want ze ziet nu ook dat het bij haar echtgenoot wel goed zit. “Als ik zie hoe gedreven en met passie Jan zijn werk doet... Hij ziet de kip écht. Dit leven is wat hij wil.”